Reacties na de uitspraak Nederland - • Reactie advocaat

DE ZAAK VAN EEGHEM VOLGENS ZIJN ADVOCAAT: ‘DIT IS EEN SPOOKZAAK’

Tekst: Caroline Göttgens en Simone Muermans (Bron: www.theplanettimes.com)
14-12-2008

Op vier december schrapte het Landelijk Tuchtcollege in Den Haag de Belgische Patrick Van Eeghem als arts in Nederland. Wie de uitspraak leest, zal denken: goed zo. De werkelijkheid steekt een stuk genuanceerder in elkaar. Advocaat meester Cotterell: “Hoe met deze zaak is omgegaan, getuigt van enorme ongenuanceerdheid.”

De Belgische arts Patrick Van Eeghem raakt in maart 2007 in opspraak als drie ex-medewerkers en drie familieleden van ex-patiënten van het Integraal Medisch Centrum (IMC) in Roosendaal, Nederland, klachten tegen hem en orthomoleculair therapeute Carine Bolijn indienen. De arts is dan werkzaam als gastro-enteroloog in het AZ Groeninge in Kortrijk, en anderhalve dag in het IMC te Roosendaal. Hem wordt verweten patiënten te hebben misleid door als regulier arts alternatieve therapieën te hebben toegepast. Donderdag vier december jongstleden volgde de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege wat betreft het door de arts ingediende hoger beroep: dit werd verworpen en daarmee werd hij geschrapt als arts in Nederland. Advocaat Meester Herbert Cotterell is ronduit verbijsterd over de gang van zaken in het proces. Wie de uitspraak onder ogen krijgt, zal terecht denken, logisch dat ze die man buiten zetten. Maar in dit geval is dat wat er in de uitspraak te lezen valt de volledige zaak niet.

Cotterell: “In mijn loopbaan van 32 jaar als advocaat heb ik veel zaken meegemaakt. Ik heb genoeg zaken gewonnen én verloren, maar deze uitspraak is gewoon technisch onder de maat, hij rammelt aan alle kanten".

De klachten die de Inspectie op basis van de getuigenissen in maart 2007 opstelt zijn: het zonder gedegen onderzoek stellen van de onduidelijke niet bestaande diagnose malaria-mutant, verstrekken van ‘medicijnen’ -bekend als de jeneverflesjeskwestie- en nota’s zonder btw, het ontraden van chemotherapie en het beloven van volledige genezing. Er ontstaat een grote hetze tegen het centrum en in de media verschijnen talloze berichten met als titels ‘Dokter Dood’ of ‘Kwakzalvers werken door’.

Wanneer je de uitspraak leest zou je inderdaad denken dat dit een gegronde schrapping is. Maar het zit heel anders in elkaar en dat heeft de tuchtrechter niet opgepikt. Dit komt omdat grote delen van het dossier én mijn verweer zijn overgeslagen. Ik heb een beroepsschrift van 45 pagina’s en een pleitnota van 15 pagina’s ingediend, dus 60 pagina’s tekst met verweer. Daar vind je in de uitspraak amper een letter van terug. De arts heeft er recht op dat zijn verweer serieus wordt genomen, maar daar is hier totaal geen sprake van. Het dossier van de Inspectie van Volksgezondheid is heel onoverzichtelijk en vooringenomen opgebouwd. Er is geen kop en staart aan te krijgen, ik moest enorm mijn best doen te zien wat ze hier überhaupt betogen. In de uitspraak van de tuchtrechter van het Centraal College wordt de uitspraak van de eerste tuchtrechter gewoon overgeschreven. Vervolgens lijkt het erop dat men heeft zitten grasduinen in het dossier. Normaal gesproken moet er sprake zijn van geordend, gestructureerd en systematisch denken, maar hier pakt men er willekeurig iets uit en zegt dan: kijk, meneer Van Eeghem is een slechterik. Ik vind dat dit getuigt van gebrek aan vakkennis.

Ik ben pas sinds het Hoger Beroep bij deze zaak betrokken geraakt en op mijn eigen manier aan het ordenen geslagen. Ik heb het dossier gebouwd op met name de vier patiënten die hebben geklaagd. Ik ben minutieus nagegaan wat Patrick Van Eeghem gedaan heeft en waar gefaald is. De drie werknemers die klaagden, hadden een bepaalde onvrede over het werken in het IMC, en vielen daarom Van Eeghem aan. De beweringen die ze doen, zijn algemeenheden: ‘Hij onderzoekt patiënten nooit’, ‘Hij werkt met een nepantenne’ (de lecherantenne, in de media ook wel ‘wichelroede’genoemd), ‘Hij roept dat je genezen bent’. Dit zijn maar kreten. Ik wil weten: wie is dat dan precies overkomen? Twee van de mensen uit deze zaak zijn inmiddels dood, maar zelfs dan kun je reconstrueren wat er gebeurd is. Die systematische benadering volgt het Hof helemaal niet.

Het blijkt dat een patiënte gestorven is na een reguliere operatie, waar Van Eeghem en twee andere reguliere artsen onafhankelijk van elkaar zeiden dat deze riskant was en ervoor waarschuwden hem niet te ondergaan. Een andere patiënte had terminaal kanker en wist dat zij stervende was. Zij was in behandeling in het KU in Leuven, bij een van de toponcologen van België, en besloot zelf dat zij met haar chemokuur wilde stoppen. Zij wilde graag met vakantie. Dit heeft zij ook aangegeven bij haar arts, en Van Eeghem heeft dit in zijn dossier gezet, in september 2006 dus lang voor de aantijgingen. Die dossiers waren te summier, maar dat is geen reden om dat wát er staat, te negeren. Het is belangrijk dat zeker bewezen is -en dit staat wel in de uitspraak- dat van Eeghem de kankerpatiënte nooit heeft aangeraden met de chemotherapie te stoppen, zoals de klagers beweren.

Dat de dossiervoering tekortschoot, heb ik overigens onmiddellijk aan de rechter toegegeven. Je als regulier arts in Nederland begeven op het terrein van de alternatieve geneeskunde, betekent je ‘paperwork’ in orde hebben en daar is Van Eeghem onvoorzichtig in geweest. Het is een tricky terrein, bezaaid met landmijnen. Maak een keer een misstap en er gaat er een af, en dat is hier gebeurd: hij had alles moeten documenteren, en tegen de patiënt moeten bevestigen. Het stappenplan van het tuchtcollege dat je moet volgen daarin is op zichzelf duidelijk.

Een ‘gewoon’ persoon mag zelf met therapieën komen en hoeft zich hiervoor niet te verantwoorden, een arts wel. Als hij zich op het vlak van alternatieve geneeskunde begeeft schudt hij daarmee de eed van arts niet af, dus hij moet hierin zijn wijze van diagnostiek blijven volgen. Wat erachter zit is naar mijn idee dat men die alternatieve geneeskunst wel mag belijden, maar dat het je door regelgeving onmogelijk wordt gemaakt. We hebben bij de tuchtrechter als maatregel aangeboden dat hij zich in Nederland niet meer inlaat met alternatieve geneeskunst –tenzij met voorafgaande toestemming van de Inspectie, maar ook dit is compleet genegeerd in de uitspraak.

Voorts zijn er een aantal vreemde dingen aan de hand: er wordt beweerd dat Van Eeghem een patiënt heeft misleid door haar informatie te geven en te doen alsof dit de zijne was. Ook hiervan blijkt niets te kloppen, de dame in kwestie was geen patiënt maar een ex-medewerker, die er in deze zaak als vierde persoon met de haren werd bijgesleept. Zij was juist perfect op de hoogte van de gang van zaken en werkwijze binnen het centrum, en wist dat de informatie -via emailcontact uitgewisseld- afkomstig was van de therapeute en niet van hem. Verder raadde hij haar een homeopathisch middel aan, wat ook gewoon mag.

Er zijn nog talloze andere hoofdbrekens, zoals hoe deze zaak überhaupt begonnen is: normaal gesproken, wanneer iemand een klacht heeft over een arts, dan komt die klacht eerst bij arts zelf. Kom je daar niet uit, dan wordt de Inspectie ingeschakeld. Die begint bij de arts en zoekt uit wat er speelt. Dan wordt beslist of de klacht wel of niet terecht is. Hier ontbreken spontane klachten. Ze zijn allemaal van derden: een zoon over zijn moeder, man over zijn vrouw – mensen die zelf nooit aanwezig waren bij de consulten en toch al niks moesten hebben van alternatieve geneeskunde en dan ook allen rond de zelfde periode. Ook was er sprake van onvrede bij de ex-werknemers over het werk in het IMC. Door bepaalde emails in het dossier lijkt het me niet uitgesloten dat een en ander is georkestreerd, maar ik kan dat niet aantonen: ik en mijn cliënt hebben nooit het volledige dossier ter inzage gekregen. Hierover hebben we ons beklaagd bij de Inspectie. Daar werd gezegd: ‘Ja maar wij kunnen met de hand op het hart verzekeren dat er voor jullie niks gunstigs instaat’. Dit staat zelfs letterlijk in de uitspraak. Dat zegt dus de Inspectie -mijn tegenpartij- tegen mij, en vervolgens zegt ook de rechter: ‘Oh dan is het niet erg’. Dat maak ik natuurlijk zelf wel uit. Het is onbegrijpelijk hoe een rechter dit kan overwegen, het getuigt van een enorme grofheid. Een dossier moet compleet zijn voor iedereen die ermee te maken heeft, zéker voor mijn cliënt. Ik wil weten hoe het dossier ontstaan is, waar keuzes zijn gemaakt en de initiatieven hebben gelegen. Het lijkt dus alsof wij maar beter niet kunnen weten hoe alles tot stand is gekomen. Dit is echt een spookzaak.

Er wordt wel geredeneerd dat terminaal zieke mensen, totaal ontredderd aankloppen bij alternatief genezers, maar de gestorven kankerpatiënte in dit verhaal –die ook in een artikel in de Telegraaf verscheen- was nota bene advocaat. Een andere –sympathiserende- getuige die ik sprak, was eigenaar van een internationale groothandel, en ook de talloze getuigbrieven lieten zien dat het hier gaat om mensen met een opleiding en een zeker niveau, dus zeker geen naïeve dommeriken. Daarbij, gevallen met kanker waren een uitzondering in het centrum en die mensen waren wel degelijk uitbehandeld. Volgens het tuchtcollege misleidde het centrum mensen, door onder een reguliere vlag alternatieve therapieën te verkondingen maar in werkelijkheid was het een alternatief centrum, met een reguliere arts in dienst die keek of er daadwerkelijk niks meer in het reguliere circuit voor hen te doen was, zowel therapeutisch als diagnostisch. De patiënten waren hiervan uitstekend op de hoogte: zij kwámen juist voor dat alternatieve stuk, omdat ze wisten dat zij regulier uitbehandeld waren, en in alle vier de gevallen die naar voren kwamen bleven de mensen in behandeling bij een regulier arts, om te trachten daarnaast bij het IMC verbetering te krijgen. Van die positieve resultaten zijn ook talloze getuigenissen, waaronder een dertigtal patiëntbrieven en een petitiesite met meer dan 1200 handtekeningen. Dit alles is ook door de Inspectie terzijde geschoven.

De klacht dat er belastingtechnisch van alles aan de hand was is onderzocht door de Belastingdienst en in orde bevonden. Er was geen sprake van ‘zakkenvullerij’, zoals beweerd.

Wat ik steeds weer tegenkom in het dossier is een gedachtengang die bol staat van de logische denkfouten. Ook de ‘flesjeskwestie’ is daar een voorbeeld van. Deze medicijnen bevinden zich in de homeopathische sfeer, en bevatten uitermate lage concentraties werkzame stoffen. Reguliere artsen vinden het daarom onzin, volgens hen zit er geen molecuul werkzame stof in en is het gewoon water. Vervolgens worden ze in een laboratorium onderzocht en die vinden dus niks. Maar dat mag je dan niet achteraf nog eens verwijten, want dat was nu juist de clou van het verhaal: dat er niks inzat.

Wat er speelt, denk ik, is dat het botst tussen regulier en alternatief. Een tijdje geleden heb ik op de Nederlandse televisie het programma ‘uitgedokterd’ gevolgd, dit ging over alternatieve therapieën en daar werd op gereageerd door reguliere artsen. Die reageerden altijd ronduit agressief, terwijl de alternatieve artsen altijd mild en gematigd bleven in hun bewoordingen. Wanneer mensen zo agressief reageren, is er meestal een bepaald belang in het spel. Er wordt wel beweerd -door mensen die geloven in complottheorieën- dat de farmaceutische industrie erachter zit, die bang zijn groot geld mis te lopen als het alternatieve circuit te populair wordt. Ik denk dat het veel simpeler is: veel regulier artsen zijn gewoon bang om zekerheden kwijt te raken, nu veel mensen beweren toch echt baat te hebben bij alternatieve therapieën.

Uit mijn pleidooi en beroepsschrift is duidelijk gebleken dat de manier waarop deze arts wordt afgeschilderd berust op totale misvattingen, maar daar heb ik de tuchtrechter dus niet van kunnen overtuigen. Het is schokkend voor mij om te zien hoe slordig er met redeneringen is omgegaan, hoe een tuchtrechter deze uitspraak kan opschrijven, en hoe unfair er met de hele zaak is omgegaan.”

Volgende reactie   |   Terug naar homepagina

 

Print deze pagina Print deze pagina

^ Boven ^