Opvolging - • De ware feiten doorgelicht!

Print deze pagina Print deze pagina | Terug naar homepagina

De ware feiten doorgelicht!

  1. Het regionaal Tuchtcollege Eindhoven
  2. Inspectiedienst voor de Gezondheidszorg (IGZ)
  3. Het centraal Tuchtcollege
  4. De media
  5. Wichelroede
  6. Afraden van chemotherapie
  7. Flesjes
  8. Goddelijke gidsen, kosmische energie, ...
  9. Het Kortrijks ziekenhuis
  10. Slot

Inleiding

Terecht kan men zich afvragen waarom uitgerekend dokter Patrick Van Eeghem in Nederland levenslang wordt geschorst. Waarom meteen deze bedenkelijke disproportionele beslissing voor een arts die in zijn 22 jarige beroepsloopbaan nog nooit een sanctie heeft opgelopen? Schort er iets in de uitvoering van het Nederlandse tuchtrechtssysteem of zit er hier een bewuste strategie achter?

Deze reactie bevat een pak onbeantwoorde vragen en tal van kritische bedenkingen die sinds de publicatie van het eerste krantenartikel over deze zaak werden genoteerd.

Dit overzicht is niet af. Het kan eventueel door u worden aangevuld met een feit, een argument, een opmerking, een aanvullend punt op deze reactie… kortom alles wat in deze zaak belangrijk kan zijn. Wenst u dat uw reactie niet wordt gepubliceerd, dan kunt u dit melden.

U kunt alles doorsturen naar steundrvaneeghem@hotmail.com.

1. Het regionaal Tuchtcollege Eindhoven

Op 9 januari 2008 besliste het Regionaal Tuchtcollege in Eindhoven om dokter Van Eeghem levenslang te schorsen.

Iedereen heeft het recht dat zijn dossier op alle vlakken grondig wordt onderzocht, vooral als zijn professionele toekomst in het gedrang komt of zijn reputatie ernstig kan worden beschadigd.

Uit het voorliggend besluit d.d. 9 januari 2008, waarvan de klacht amper 3 weken voordien in openbare zitting op 19 december 2007 werd behandeld, kan er worden afgeleid dat het Regionaal Tuchtcollege van Eindhoven zich voornamelijk heeft gebaseerd op de verklaringen van de klagers en op de resultaten van het onderzoek van de inspectiedienst van Volksgezondheid.

Uit het rapport van voornoemde dienst van december 2007 blijkt dat zij gesproken heeft met de leden van de Commissie Integriteit in opdracht van het centrum waar de arts werkte. De leden van deze commissie hebben toen reeds ondermeer steunbetuigingen van patiënten overhandigd. Deze verklaringen en die van de Commissie werden door de inspectiedienst evenwel niet bij het onderzoek betrokken.

In het besluit van het tuchtcollege zelf is niet vast te stellen of er getuigen à décharge werden gehoord, iets wat in België zeer uitgebreid en op grote schaal gebeurt. De vraag die zich hier nu stelt is: werden voornoemde of andere mensen die wilden getuigen ten voordele van de arts, door het Regionaal Tuchtcollege ook zelf gehoord zodat hun verklaringen konden worden getoetst aan deze van de klagers? Indien niet, dan is het de vraag waarom dit niet is gebeurd vermits dit wordt voorzien in enerzijds artikel 68 van de Nederlandse Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (“…kunnen…”) en anderzijds tegen artikel 6 punt 3, d van het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden dat als volgt luidt:

“…
Artikel 6 . Recht op een eerlijk proces
1. Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privéleven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.
2. Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.
3. Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, heeft in het bijzonder de volgende rechten:
a. ….;
b. ….;
c. ….;
d. de getuigen à charge te ondervragen of doen ondervragen en het oproepen en de ondervraging van getuigen à décharge te doen geschieden onder dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge;
e. ….”

Werden verder de klachten getoetst aan de resultaten die in soortgelijke behandelingen door patiënten als positief werden ervaren? Is het niet algemeen zo dat sommige behandelingen bij de ene patiënten wel aanslaan en bij anderen niet of niet onmiddellijk? Werden deze feiten vanuit die invalshoek onderzocht zodat in de besluitvorming deze bevindingen konden worden afgewogen tegenover deze van de klagers?

Rekening houdend met al wat hierna nog volgt, kan ook de vraag worden gesteld of deze beslissing het evenredigheidsbeginsel niet heeft geschonden gelet op het feit dat deze uitspraak maanden lang zeer veel verontwaardigde reacties op alle niveaus heeft uitgelokt.

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina

2. Inspectiedienst voor de Gezondheidszorg (IGZ)

Een van de kerntaken van dit staatsorganisme in Nederland is toezicht te houden op de gezondheidszorg en preventief op te treden.

De uitoefening van het preventief toezicht kan maar pas goed functioneren indien deze opdracht van in het begin doordacht en efficiënt wordt georganiseerd.

Had deze zaak niet perfect vermeden kunnen worden indien het IGZ een adviserende rol voor de arts had gespeeld tijdens de voorbereidingen van deze nieuwsoortige samenwerking, of kort na de startfase ter plaatse een routinecontrole had uitgevoerd om te verifiëren of alles in verband met de arts in overeenstemming was met de Nederlandse wetgeving inzake gezondheidszorg en waar nodig deze desnoods te laten bijsturen?

In het rapport wordt er ook verwezen naar vorige uitspraken van het Centraal Tuchtcollege in 2006 en 2007 over de algemene norm die geldt voor de alternatief werkende arts. Echter zijn in het rapport geen verwijzingen te vinden naar omzendbrieven, circulaires, …. Werden deze uitspraken nadien in omzendbrieven behandeld zodat artsen officieel kennis zouden nemen van het beleidsstandpunt ter zake en de richtlijnen die moeten gevolgd worden?

Door het gewoon doormailen van een antwoord van de orthomoleculaire therapeute naar een patiënte concludeerde het IGZ dat dokter Patrick Van Eeghem met de inhoud van deze mail had ingestemd. Deze conclusie is moeilijk aanvaardbaar. Het zou dus betekenen dat als iemand de opmerkingen van een collega, een vriend, enz… doorstuurt naar een derde, er hieruit moet afgeleid worden dat de afzender automatisch akkoord is met de gemailde opmerkingen? Moeilijk aan te nemen. De arts heeft met het doorsturen van het antwoord enkel een dienst willen bewijzen, en dan nog over een vraag uit een deelgebied van de alternatieve geneeskunde dat niet tot zijn werkterrein behoorde.

Tenslotte, hoe moeten de uitspraken van ex-medewerkers van het centrum over de arts in het rapport geplaatst worden als men bedenkt dat alles in feite juist begonnen is met een - geëscaleerd - conflict tussen deze gewezen medewerkers en het centrum? Een conflict waar de arts initieel niets mee te maken had maar door zijn status van reguliere arts uiteindelijk toch in betrokken is geraakt. Hoe is het verder te begrijpen dat het IGZ toch nog concludeert dat er geen scherpe aflijning te vinden is tussen de bevoegdheden van de arts en de therapeute hoewel deze duidelijk vermeld stonden op de website, in de wachtzaal en op de formulieren van het centrum?

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina

3. Het centraal Tuchtcollege

Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van dokter Patrick Van Eeghem tegen het bovenvermelde besluit van het Regionaal Tuchtcollege Eindhoven verworpen.

Als een beroep wordt ingesteld, is het in eerste instantie niet zo dat alle aangevoerde argumenten in het besluit worden opgenomen en dat in het besluit zelf ten behoeve van alle betrokkenen die in deze zaak iets voorgelegd hebben, wordt gemotiveerd waarom bepaalde argumenten niet in overweging kunnen worden genomen.

Bij de besluitvorming heeft het Centraal Tuchtcollege vooreerst zo goed als niets weerhouden van de toch wel zeer sterke argumenten van de raadsman van de arts (liefst 60 bladzijden tekst met verweer!). Argumenten die ondermeer de manier van doen en denken van de arts moesten verduidelijken en bijgevolg zeer relevant waren vermits het een klare kijk op deze zaak kon brengen. Daarnaast werden in het besluit nergens de petities van meer dan 1.200 mensen vermeld noch de tientallen positieve getuigenissen over de arts behandeld, nochtans allemaal elementen die na de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege toch als nieuwe feiten konden worden beschouwd. Door het lichten van al die nochtans voor zich sprekende argumenten uit zijn dossier werden de mogelijkheden tot verweer van de arts uiteindelijk merkelijk zeer laag gemaakt. Bovendien stelt hier zich dezelfde vraag als bij het besluit van het Regionaal Tuchtcollege (en wat evenmin niet kan vastgesteld worden in het besluit): werden er getuigen à décharge gehoord? Indien niet, was er hiervoor een reden vermits dit uiteindelijk toch wordt voorgeschreven in het bovenvermelde artikel van het Europese Hof?

Het is mij niet in detail bekend waarom de 3 klagers in Nederland beroep hebben gedaan op de diensten van het centrum maar in de veronderstelling dat het om patiënten gaat die regulier uitbehandeld zijn geweest, kan de vraag worden gesteld van hoe realistisch hun verwachtingen wel waren? Hoe is het immers te begrijpen dat zij niet, …. en de tientallen andere patiënten wél tevreden waren over dokter Patrick Van Eeghem? Werd er door hen rekening gehouden met het feit dat voor zover dit op hen van toepassing is, sommige kankers nog steeds zeer moeilijk te behandelen zijn? Dat bijvoorbeeld sinds dit jaar in België kanker doodsoorzaak nummer 1 is geworden en er verleden jaar 33.900 mensen in België aan kanker zijn overleden! 33.900 mensen, of de bevolking van een middengrote stad, die ondanks alle goede en medische zorgen uiteindelijk niet meer konden worden genezen. Elke arts, en zeker ook dokter Patrick Van Eeghem, proberen op alle mogelijke manieren te helpen maar als er op medisch vlak voor deze vormen van ziekte momenteel geen oplossingen zijn dan kan niemand deze artsen iets verwijten.

Als er 3 klachten zijn en daartegenover staan er tientallen andere positieve getuigenissen (en niet van de minste!) én meer dan 1200 petities, dan pleit dit toch wel duidelijk in het voordeel van de arts. Waarom heeft het Tuchtcollege in zijn besluitvorming deze feiten niet weerhouden?

Het Centraal Tuchtcollege heeft een beslissing genomen volgens het systeem dat het ter beschikking is gesteld maar in feite druist zijn besluit regelrecht in tegen het rechtvaardigheidsgevoel van al de mensen die reeds maanden, en nu nog steeds, zeer geschokt zijn over deze uitspraak! Welke uitspraak zou er genomen zijn als de arts voor een volksjury was verschenen?

Verder is het ook zeer vreemd dat noch dokter Patrick Van Eeghem noch zijn advocaat, een nochtans relevant document van het onderzoeksdossier van het IGZ mochten inzien. Door geen inzage te verlenen, werden de rechten van de verdediging hierdoor ernstig geschaad. Hoe kan de arts zich dan in zo’n situatie nog afdoend verdedigen?

Meer nog, de inspectiedienst, nota bene uitgerekend zij die de klacht bij het Regionaal Tuchtcollege hadden ingeleid, verzekerde de arts dat er in dat document niets in zijn voordeel vermeld stond of die hij voor zijn verdediging zou moeten kennen. Maar als er in dat stuk over de arts niets positiefs stond waarom gebruikte de inspectie dit document dan niet zelf in haar betoog? Wat werd er in feite zo afgeschermd? Wat kan de reden zijn dat het Centraal Tuchtcollege aan de verdediging geen toestemming heeft gegeven om het stuk zelfs maar op zijn non-relevantie te toetsen?

Voor de arts zijn hiermee alle beroepsmogelijkheden uitgeput en stopt hier de rechtsgang in Nederland vermits, in tegenstelling tot het burgerlijke en het strafrecht, er in het tuchtrecht blijkbaar geen mogelijkheid bestaat om nog in cassatie te gaan.

Tenslotte is er in de rand nog de vraag of het online overzicht van de uitspraken van het tuchtcollege geen inbreuk is op de reglementeringen rond de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In het overzicht worden er immers dossiernummers, data uitspraken en concrete feiten vermeld waardoor dit overzicht in feite geen loutere informatieve samenvatting meer is van de redenen en procedurele aspecten die kunnen leiden tot een uitspraak.

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina

4. De media

Terwijl het merendeel van de journalisten deze moeilijke materie correct hebben weergegeven, waren er een handvol perslui die blijkbaar een deadline en de sensatie lieten primeren boven het grondig controleren van de juistheid van de gegevens (zie verder).

Het volstaat dat er ergens iets negatiefs over u verschijnt, en de volgende dag staat u in de “picture”, op de frontpagina, van één of andere (sensatie)krant. Compleet met grote zwarte lelijke titels, insinuerende foto’s, gemene zinnen, dubbelzinnige woordkeuzes,… Iedereen overdonderd, de krant kan verkopen, de typische ingrediënten van de “commerce”. Zolang ze hier en daar iemand vinden die voor zijn rekening één of andere negatieve uitspraak doet, kunnen ze verder. Uiteindelijk loopt op die manier gelijk wie het risico dat zijn reputatie op 1 dag tijd wordt beschadigd. Dit is hetgeen hier uiteindelijk is gebeurd.

De inkt van het besluit van het Regionaal Tuchtcollege in Eindhoven was nog niet goed en wel opgedroogd of het artikel stond reeds gepubliceerd in een beperkt aantal kranten en dit zonder veel oog te hebben voor de andere kant van het verhaal. Was die andere versie in hetzelfde artikel verhoudingsgewijs even voldoende aan bod gekomen dan zou het brede lezerspubliek van in het begin een correcter beeld over de arts en de situatie hebben gekregen.

Zo werd er begin 2008 nooit meteen én expliciet in de pers vermeld dat dokter Patrick Van Eeghem zich pas in bepaalde alternatieve geneeswijzen begon te interesseren nadat hij zelf had vastgesteld dat er met deze geneeswijzen positieve resultaten werden bereikt bij bepaalde uitbehandelde patiënten. Dit werd pas midden 2008 duidelijk en dan nog na verklaringen van de arts zelf in “The Planet Times” en recentelijk in maart 2009 in Humo.

Evenmin werd er van in het begin door bepaalde perslui een scherp en duidelijk onderscheid gemaakt tussen enerzijds wat de arts in het centrum werkelijk deed (namelijk nagaan of de patiënten werkelijk niet verder meer in de klassieke geneeskunde kunnen worden geholpen) en anderzijds wat de therapeuten deden (nl. het uitoefenen van alternatieve geneeswijzen die misschien wel nog iets konden verbeteren aan de toestand van de patiënt).

Dat er bepaalde resultaten in het centrum zouden zijn geboekt, wordt aangetoond door getuigenissen. Getuigenissen niet van hulpeloze, wanhopige mensen zoals sommigen willen doen laten uitschijnen maar ernstige getuigenissen van ondermeer sterke persoonlijkheden die na jarenlange teleurstellingen als geen ander vooraf de waarde en de potentiële verwachtingen van een behandeling konden inschatten.

Het interview in Humo was een zoveelste ontgoocheling voor de arts en voor velen die de arts kenden: bepaalde passages waren ongeloofwaardig, andere ontbraken (bijdrage van de advocaat, getuigenissen, website…), nog andere meer sensatiegericht. Vooral het publiceren van het mailbericht van de overleden advocate, waar het meer had thuis gehoord in een artikel over het centrum zelf dan over de arts, was een zeer vreemde keuze.

Het Humo artikel is dan ook volledig te vergelijken met de onheuse artikels die in de kranten van 11 en 12 januari 2008, evenals 18 en 19 februari 2008 werden gepubliceerd (persartikels terug te vinden in de leesbibliotheken of in de archieven van de kranten). Beschadigende bijdragen van een handvol journalisten die toen ten onrechte ervan uitgegaan waren op een sensationele internationale zaak te zijn gestoten. Op die manier werd een volledig foutief beeld over de arts weergegeven, iets dat pas maanden nadien door de inbreng van alle mensen die dokter Van Eeghem kenden, enigszins kon worden gecorrigeerd. Maar ondertussen was het kwaad geschied.

Proficiat dan ook aan de oprichters van deze website die midden de mediastorm van januari 2008 het hoofd koel hebben weten te houden en dit schitterend initiatief hebben gelanceerd! Het moet voor hen geen sinecure geweest zijn om in zo’n hectische omstandigheden onmiddellijk een afdoend antwoord te vinden voor deze journalistieke hetze. Ook de indrukwekkende getuigenissen op deze en andere websites, en mediakanalen evenals de zeer succesvolle petitieactie waren naar de buitenwereld toe zeer krachtige signalen dat er hier iets zeer grondig fout zat.

De website www.petitiedoktervaneeghem.be is ondertussen uitgegroeid tot een zeer sterk dynamisch gegeven waar niemand nog aan voorbij kan. Deze website is niet alleen een trefpunt maar ook een belangrijk naslagwerk en een blijvende aanklacht voor de welhaast ongelooflijke onrechtvaardigheid die hier is gebeurd! Zeker ook te vermelden, is “The Planet Times” waar op een eerlijke manier juiste informatie wordt gebracht en die ook deze zaak steeds zeer juist heeft kunnen weergeven.

Nu, na meer dan een jaar is het voor iedereen duidelijk dat deze zaak niet was zoals ze initieel in de pers werd voorgesteld. Hoe groot de zaak in het begin door sommige perslui ook werd gespeeld, hoe relatief klein en “sec” deze later in het jaar is geëvolueerd. Wellicht heeft de storm van kritiek over de beslissingen van de tuchtcolleges hier een zeer doorslaggevende rol gespeeld. Nog maar eens werd het gezegde “Geloof niet alles wat er in de krant verschijnt” bewaarheid. Krantenartikels moeten op de dag van vandaag kritisch worden gelezen.

Tenslotte is het zeer vreemd dat waar de websites, enz… uitpuilden van de positieve reacties over dokter Van Eeghem, een paar kranten en weekbladen in hun gedrukte versies enkel de negatieve lezersbrieven publiceerden…

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina

5. Wichelroede

Met de subtitel op de frontpagina van het eerste krantenartikel (11/1/2008), “Gebruikte wichelroedes en goddelijke gidsen.” werd meteen gepoogd de fantasie van het publiek op hol te brengen. Dat deze titel verderop in het artikel uiteindelijk afgezwakt werd, kon nog weinig veranderen aan de toon die hiermee was ingezet. In de volgende dagen zou de Lecherantenne (want daar gaat het over) nog meerdere keren als “wichelroede” opduiken.

Hoeveel liters inkt zijn er over die wichelroede niet door de drukpersen gevloeid geweest? Ter vergelijking: in dezelfde maand, op 24 januari 2008, verscheen het bericht dat er liefst 24 mensen waren overleden bij een Nederlands onderzoek naar medicijnen (meer bepaald testen van probiotica bij acute alvleesklierontsteking). In tegenstelling tot deze zaak waar de arts prominent een aantal keren de frontpagina haalde, werd dit nieuwsfeit in amper 1 kolom behandeld en dan nog ergens op een binnenbladzijde! Dé vraag die hier moet worden gesteld: wat primeert er uiteindelijk bij sommige perslui, de sensatie of de echte nieuwsfeiten?

Onbegrijpelijk ook dat sommige perslui de verklaringen van de klagers over dit instrument niet kritischer hebben onderzocht. Hadden zij wel de nodige medische achtergrondkennis om de werking en de functie van de Lecherantenne alleen al op het uitzicht zomaar te bekritiseren? Welke indrukken zouden zij naar voren hebben gebracht over bijvoorbeeld de stethoscoop als dat instrument nu eens niet bekend was?

Wat is nu de visie van het Centraal Tuchtcollege over de Lecherantenne? In haar besluit van 4 december 2008 stelt het college dat “de Lecherantenne NIET een soort wichelroede is maar eruit ziet als een medisch instrument”. Zoals de arts reeds schreef, is de Lecherantenne in feite niets meer dan een instrument uit de fysica die de verstoring van energievelden van de organen meet.

In een tijd van steeds maar snelle technologische evoluties is het trouwens niet verkeerd dat artsen zich vertrouwd maken in het gebruik van allerhande medische (hulp)instrumenten. Dit kan zijn belang hebben in bijvoorbeeld onverwachtse situaties buiten een ziekenhuisomgeving.

Tenslotte uit al de getuigenissen blijkt steeds maar weer dat de arts zeer goed weet wat hij doet. Ook in het centrum waar hij blijkbaar steeds zijn werkwijze heeft gevolgd die hij zich al meer dan 20 jaar als klassiek geschoolde arts eigen had gemaakt.

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina

6. Afraden van chemotherapie

Voorlopig is er 1 concreet feit bekend. In de Nederlandse zaak K. heeft het Centraal Tuchtcollege op 4 december 2008 het volgende gesteld:

“ .... het Centraal Tuchtcollege voorts van oordeel is dat het woordje “wellicht” in de zin “ook al heeft verweerder (= de arts) wellicht niet zelf de chemokuur afgeraden (……)” moet worden weggelaten, omdat het Regionaal Tuchtcollege eerder zelf heeft vastgesteld dat de arts deze patiënte (mevrouw N.) niet heeft afgeraden de chemokuur te staken”.

Er is ook de getuigenis van Harry (zie de links op de homepage) waar hij ondermeer het volgende stelde:

“….
Als ik geen chemo wens te ondergaan omdat ik dat mijn lichaam – ondanks de kanker – niet wil aandoen, dan wens ik geen chemo te ondergaan. Dan kan mijn arts zich nog zo uitputten met argumenten om me daartoe te overtuigen: als ik het niet doe, dwingen kan hij/zij mij (gelukkig) niet. Moet mijn arts dan de schuld krijgen omdat hij mij niet heeft overtuigd? Kennelijk wel. Klaarblijkelijk heeft hij/zij dan niet voldoende gedaan. Dat is weer eens een voorbeeld van de omgekeerde wereld, waar we met zijn allen wel meer last van hebben. Waarbij ik van mening ben dat ik, zolang ik dat bewust kan, de regisseur over mijn eigen leven wil zijn.. “

Zoals reeds aangehaald door de patiënten: de arts gaf zelf ook chemotherapie, dus mag er verondersteld worden dat hij door zijn jarenlange ervaringen als internist zeer goed weet wat het beste is voor elke patiënt afzonderlijk.

Bij dit alles dient nog het volgende te worden opgemerkt. Het valt op dat telkens als er iets belangrijks in het voordeel van de arts pleit, dit feit zo goed als nooit de kranten haalt! Waarom? Waarom werd bijvoorbeeld over dit punt 6 niets gepubliceerd? Waarom werd er niets bericht over het vorige punt 5? Of andere feiten? Wanneer worden de tendentieuze berichtgevingen van januari 2008 gecorrigeerd, bijgestuurd en geactualiseerd?

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina

7. Flesjes

Terug met veel ophef op 18 en 19 februari 2008 die ongelofelijke absurde flesjeshistorie in de dagbladen met o.a. in de subtitels: “(1) Enkel water en alcohol… (2) Bewezen door een gerechtelijk labo, enz…”.

Laatste subtitel bijvoorbeeld was misleidend want uiteindelijk blijkt uit het artikel te gaan om een gewoon onderzoek over flesjes (waarvan er trouwens 1 reeds open was) die een krant in een laboratorium had aangevraagd, een labo dat af en toe in andere gevallen ook voor gerechtelijke onderzoeken werd aangezocht (vraag is dan in welke materies precies). Het is duidelijk dat een paar perslui met deze subtitel de fantasie van sommige mensen hebben willen bespelen die daar dan ook van alles en nog wat hebben aan vastgeknoopt.

Ook de kop “Enkel water en alcohol” dekte uiteindelijk niet de lading vermits het verderop in het artikel ook wordt afgezwakt. Voor dit onderzoek blijft de kernvraag welke opsporingstechnieken hierover definitief uitsluitsel kunnen geven. Zijn dit technieken zoals gaschromatografie en het uitplaten op een algemeen groeimedium of moeten er hiervoor andere meettechnieken worden ontwikkeld (zie verder de gevatte samenvatting van Nicole). In ieder geval gunde het labo de arts het voordeel van de twijfel door de theoretische mogelijkheid niet uit te sluiten dat er sterk verdunde homeopatische middelen in de flesjes konden voorkomen.

Zoals reeds aangehaald vatte Nicole in haar interview op radio2 de problematiek rond die flesjes bijzonder goed samen:

“… Wat de flesjes met alcohol betreft: als er alleen naar materie gezocht wordt, is er alleen alcohol. Maar op energetisch vlak is er meer. Om dat te meten is er andere apparatuur nodig.
Als je een elektriciteitsdraad onder de microscoop houdt zal je ook niets anders dan koper vinden. De elektriciteit is daar niet te zien. Is die er dan niet? Of moet die op een andere manier gemeten worden?”

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina

8. Goddelijke gidsen, kosmische energie, ...

Ook deze begrippen werden ten onrechte met de arts geassocieerd.

Sommige mensen die dergelijke woorden voor het eerst – en dan nog in een negatieve sfeer door de pers voorgesteld – horen of lezen, slaan begrijpelijkerwijze op hol. Waren er echter andere woorden gebruikt, dan was er wellicht geen commotie.

Kern van de zaak is niet dit woordgebruik. Kern van de zaak is dat er in het centrum bij sommige patiënten resultaten zouden zijn bereikt.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat een paar journalisten in dit woordgebruik zijn blijven steken en daar hun sensatie in zochten in plaats van zich toe te spitsen op de essentie van de zaak, namelijk het onderzoeken van die resultaten in het centrum.

Zoals reeds aangehaald werd dit woordgebruik ten onrechte met de arts geassocieerd. Uit de talrijke getuigenissen blijkt immers dat de arts niet zelf de voornoemde alternatieve geneeswijzen in het centrum beoefende. Wel had hij aan de hand van ondermeer bloed- en urinestalen vastgesteld dat er met die methoden positieve resultaten werden geboekt, een feit dat voor hem zeer belangrijk was om verder grondig te onderzoeken. Maar net zoals bij heel wat andere mensen moeten deze methoden ook voor hem uiteindelijk zeer moeilijk te vatten zijn geweest.

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina

9. Het Kortrijks ziekenhuis

De arts was steeds gedreven naar het beste voor zijn patiënten, vooral voor hen die voorlopig niet verder meer in de klassieke geneeskunde konden worden geholpen. Voor die uitbehandelde patiënten zocht hij steeds naar iets dat hun levenscomfort kon doen verbeteren. Een zeer moeilijke opdracht, maar voor hem een uitdaging.

Dat het Kortrijks Ziekenhuis de arts heeft ontslagen, is onbegrijpelijk. Velen zijn het dan ook volledig oneens met deze beslissing, temeer daar op 5 december 2008 op Radio2 West-Vlaanderen uit de verklaring van de voorzitster van de beheerraad duidelijk kon worden opgemaakt dat na een volledige doorlichting van al zijn dossiers in het ziekenhuis er niets abnormaals werd gevonden. Is dit ontslag dan nog te verrechtvaardigen?

De doorlichting bewijst anderzijds wel dat er aan de integriteit, de bekwaamheid, de werkwijze en de intelligentie van dokter Van Eeghem nooit kon worden getwijfeld. Dat het ontslag een rechtstreeks gevolg is van hetgeen in Nederland is gebeurd, waar meer en meer de vraag kan worden gesteld of gans deze zaak rond een - buitenlandse - arts uiteindelijk niet als voorbeeld heeft moeten dienen voor zijn Nederlandse collega’s, is dan ook zeer betreurenswaardig.

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina

10. Slot

De beslissingen van de beide tuchtcolleges zijn zeer teleurstellend geweest, niet alleen voor de arts maar ook voor al zijn patiënten en sympathisanten die terecht in hem zijn blijven geloven.

Iedereen is het er over eens dat de opgelegde maatregel in Nederland buiten alle proporties is. Bij het bepalen van de zwaarte van de maatregel werd er zo goed als geen rekening gehouden met:

  1. de werkelijke bedoelingen van de arts,
  2. de moeilijkheidsgraad van zijn zoektocht naar een beter levenscomfort voor sommige uitbehandelde patiënten en dit op een voor hem onbekend terrein en in afwachting dat de klassieke geneeskunde hen terug met iets nieuws zou kunnen verder helpen,
  3. zijn onberispelijke staat van dienst als internist over een periode van 22 jaar,
  4. de algemene zeer grote diepe tevredenheid bij zijn patiënten,
  5. de massale steunbetuigingen op alle mediakanalen;
  6. en verder met alle hierboven besproken punten waarbij er wellicht ook nog andere zullen zijn.

Leest men deze brief samen met de overige publicaties op websites, allerhande mediakanalen, enz… ten voordele van de arts dan is er maar 1 conclusie: de bestreden beslissingen kunnen niet de juiste zijn geweest en zouden in het licht van al hetgeen reeds is gepubliceerd, in het voordeel van de arts moeten worden herzien.

Besluitend nog het volgende. Als een arts merkt dat bepaalde patiënten die uitbehandeld zijn, nadien zichtbaar toch beter worden, … verplicht zijn beroepsethiek hem dan niet om juist dergelijke resultaten verder te onderzoeken en op te volgen?

CHRISTIAN

Terug naar de inhoudstafel van deze pagina | Terug naar homepagina

Print deze pagina Print deze pagina

^ Boven ^